Toepassing injectiemiddelen
Geplaatst op 11 september 2023
In de vleeskalverhouderij worden regelmatig behandelingen ingezet met een injectiemiddel. Een aantal zaken om rekening mee te houden bij het gebruik van medicatie voor injectie.
Meng geen diergeneesmiddelen in één spuit
Het mengen van diergeneesmiddelen in één spuit is onwenselijk om meerdere redenen. De middelen kunnen samen een reactie geven waardoor bijvoorbeeld klontering ontstaat. Meestal is voor de verschillende middelen ook een verschillende toedieningsweg nodig, in de spier of onder het vel. Het combineren van middelen kan de werkzaamheid beïnvloeden. Als een kalf met een restant antibiotica in de spuit behandeld is, kan dat zelfs betekenen dat er een wachttijd in acht genomen moet worden. Een plexiglas spuit kan zeker hergebruikt worden, mits deze eerst is schoongemaakt als er een ander middel in opgetrokken wordt.
Gebruik een juiste dosering
Wellicht ten overvloede: gebruik een juiste dosering. Het is in de meeste gevallen niet nuttig om over te doseren – meer is niet altijd beter! Overdosering is een grotere belasting voor de nieren, kan in enkele gevallen averechts werken en de wachttijd moet aangepast worden. Uiteraard is ook onderdoseren onwenselijk. Alleen op advies van een dierenarts mag afgeweken worden van de bijsluiter – als u het idee heeft dan een middel onvoldoende werkzaam is, is het raadzaam contact op te nemen met uw dierenarts.
Gebruik schone en scherpe naalden
Na een aantal keer prikken door de huid of de dop van de flacon raakt de naald bot. Met een botte naald prikken werkt minder snel en is uiteraard onprettig voor het kalf. Het gebruiken van een naald waarmee al andere dieren geprikt zijn geeft meer risico op het inbrengen van bacteriën in de injectieplaats, die dan kan gaan ontsteken. Zorg ervoor dat je werkt met schoon en scherp materiaal.
Kies de juiste dikte en lengte van de naald
Het kiezen van een geschikte naald maakt het inbrengen van het middel een stuk eenvoudiger en verkleint de kans dat het kalf onnodig beschadigd raakt doordat u bijvoorbeeld per ongeluk met de naald een bot/wervel aanraakt. Er zijn veel verschillende maten naalden beschikbaar. Welke naald het meest handig is in gebruik, hangt af van welk middel er gebruikt wordt, het gewicht van het kalf, en ook van de beoogde injectietechniek. Voor het injecteren onderhuids voldoet een korte naald, voor het gebruik in de spier bij een zwaar kalf zal een langere naald prettiger werken. Voor een stroperig middel zoals Nuflor is een dikke naald prettig, voor een meer vloeibaar middel zoals Dexaject is een dunnere naald wenselijk.
Gebruik de juiste injectietechniek
Er zijn meerdere manieren om een injectiemiddel toe te dienen. Op de bijsluiter van de middelen staan de volgende afkortingen:
- SC - staat voor subcutaan: dit betekent dat het middel onderhuids gespoten moet worden.
- IM – staat voor intramusculair: dit betekent dat het middel in de spier gespoten moet worden.

Het verschil tussen deze methoden is vooral belangrijk bij de opname van het product vanuit de injectieplaats naar de plek waar het middel werkzaam moet zijn, bijvoorbeeld in de longen. Hieronder is het gebruik van florfenicol (Nuflor / Flordofen) zowel onderhuids als in de spier als voorbeeld uitgetekend in een grafiek. De rode lijn is de concentratie van het middel in het bloed nadat het in de spier is gespoten, de blauwe lijn nadat het middel onderhuids is gespoten.

Doorgaans geldt dat na het inspuiten in de spier het middel snel opgenomen wordt in de bloedbaan, daar een hoge piek bereikt, en dan ook redelijk snel weer uit het lichaam verdwijnt. Bij het inspuiten onder de huid duurt het wat langer voordat het middel zijn piek bereikt. Dit is goed te zien in de grafiek. Veel middelen blijven na onderhuidse toediening wel wat langer in werkzame hoeveelheden het lichaam aanwezig.
In uw bedrijfsbehandelplan staat vermeld bij welke middelen een toediening onderhuids de voorkeur heeft en bij welke middelen juist een toediening in de spier de voorkeur heeft.