Aanvullende diagnostiek

Dierenartsen stellen dagelijks diagnoses. De meest gebruikte methode is natuurlijk het koppel bekijken, de veehouder uitvragen naar de situatie en algemeen lichamelijk onderzoek van kalveren doen.

Ter onderbouwing van de waarschijnlijkheidsdiagnose wordt aanvullende diagnostiek ingezet.
Een aantal van de opties:

  • Sectie: bij sterfte op stal wilt u zo snel mogelijk weten wat er aan de hand is. Door pathologisch onderzoek te doen is vaak (maar niet altijd) een duidelijke doodsoorzaak vast te stellen.
  • Neusswabs of longspoelingen: bij problemen op koppelniveau waarbij de ingestelde behandelingen niet goed aanslaan is de ziekteverwekker achterhalen een goede stap. Met neusswabs of longspoelingen worden bacteriën en virussen aangetoond. Er zijn verschillende methodes met hun voor- en nadelen.
  • Bloedonderzoek: via een steekproef kan onderzocht worden voor welke ziekteverwekkers de kalveren antistoffen hebben. Dat is een manier om te kijken wat er zoal rond gaat op het bedrijf. Door in een ziek koppel twee keer bloedonderzoek te doen, met een aantal weken ertussen, kan vaak achterhaald worden wat de oorzaak van de ziekte is geweest.
  • Mestonderzoek: het vinden van ziekteverwekkers in mest gaat niet altijd zonder slag of stoot. Niet alle ziekteverwekkers zijn continu in de mest terug te vinden, terwijl ze wel degelijk schade veroorzaken. Mest kan gekweekt worden op selectieve media om bijvoorbeeld een Salmonella aan te tonen. Er kan via andere tests ook gezocht worden naar virussen, bacteriën en parasieten.

Delen via